Ik schreef deze brief ook, omdat dit niet voor de eerste keer was dat ik geconfronteerd werd met ernstige gevallen van disfunctioneren van de dienstverlening. Over de afgelopen jaren heb ik helaas bij herhaling vergelijkbare rapporten moeten uitbrengen. Vorig jaar bracht ik een rapport uit dat ging over een burger die eindeloos moest wachten op een Canta en voor de levering al was overleden.
Waar ik steeds op stuit bij de Dienst Wonen Zorg en Samenleven is een gebrek aan inlevingsvermogen
in de situatie van degene die hulp vraagt. De dienst beroept zich te snel op regels en procedures en verdiept zich niet in de situatie van de zorgvrager. Omdat ik bij de dienst onvoldoende gehoor vind voor deze voortdurende klacht, heb ik een brief geschreven aan de wethouder. Mijn ervaringen worden ook gedeeld met name door organisaties die opkomen voor de belangen van gehandicapten, zoals de stichting MEE en Cliëntenbelang Amsterdam.
De wethouder heeft in zijn reactie aangegeven mijn zorgen te delen en heeft gezegd dat de gang van zaken in de twee recente rapporten van de ombudsman niet door de beugel kan. De gemeenteraadscommissie Zorg van Amsterdam heeft mijn brief en de rapporten geagendeerd voor woensdag 2 november. Dat wil zeggen dat deze met de hoogste voorrang worden behandeld.
Ik hoop dat de wethouder zal aankondigen dat de dienst zich zal bezinnen op haar werkwijze en dat de gang van zaken zal verbeteren. Dat is dringend nodig.