Dat gemeente daarbij niet altijd even consequent te werk gaat blijkt uit het rapport Bungelende aanschrijving aan kademuur, dat ik deze maand uitbracht. Hierin worden de ervaringen beschreven van een jachthavenexploitant met de voormalige Dienst Binnenwaterbeheer, BBA (tegenwoordig opgegaan in Waternet). Allereerst was er de kwestie van de gezonken woonboot van zijn zoon, die in de jachthaven lag. De man had de bovenkant al verwijderd en had BBA gemeld dat het betonnen casco door een gespecialiseerd bedrijf zou worden afgevoerd. Omdat er telkens spoedopdrachten tussendoor kwamen, duurde dit echter langer dan gepland. Op een dag ziet de ondernemer tussen de scheepstouwen aan de kademuur tegenover het wrak een kaartje bungelen. Het blijkt een aanschrijving van BBA te zijn. Het wrak moet op korte termijn verwijderd worden, anders laat BBA het doen. Wanneer de ondernemer hierover contact opneemt, verzekert BBA hem dat er een brief onderweg is waarin een redelijke termijn voor verwijdering wordt geboden. Als hij die ontvangt blijkt dat het wrak binnen een paar dagen weg moet zijn. Wanneer hij een klacht indient laat Waternet uitsluitend weten dat bij de aanschrijving van het wrak de standaardwerkwijze voor plezierbootjes werd gevolgd. Ik ben echter van mening dat de verwijdering van een betonnen casco van 25.000 kilo een heel andere zaak is, waarbij geen verwijdertermijn van enkele dagen past. En ook geen aanschrijving door middel van een kaartje aan de kade.
Het tweede voorval vond plaats aan de vooravond van de rondvaart en huldiging van het Nederlandse voetbalelftal vorig jaar. Een televisiezender had de jachthavenexploitant ingehuurd om een cameraploeg langs de geplande route te varen. Wanneer hij wil aanleggen om de cameraploeg aan boord te laten, sommeert BBA hem door te varen. Als hij er op wijst dat hij over de benodigde sticker beschikt om aan te meren, dreigt BBA zijn boot in beslag te nemen. De man dient over de gang van zaken een klacht in. BBA legt vervolgens uit dat er geen eenduidige regelgeving bestaat over het aanleggen van passagiersschepen in de stad, maar excuses over de gang van zaken blijven uit.
Waternet heeft hiermee steken laten vallen. Klachten behoren conform de Algemene wet bestuursrecht te worden afgehandeld en het dreigement om de boot in beslag te nemen was nergens op gebaseerd. Daarnaast vind ik dat burgers en ondernemers niet het slachtoffer mogen worden van de inconsequente toepassing van onduidelijke regelgeving. Ik heb de wethouder Waterbeheer dan ook gevraagd om de regels met betrekking tot het aanmeren te verduidelijken.