Een invalide vrouw van 86 jaar woont boven een restaurant in Almere. Zij ondervindt warmteoverlast van het restaurant onder haar woning. De betonnen vloer van de woning wordt zo warm dat de temperatuur in de woning oploopt tot 35 graden. Als zij de koudwaterkraan opendraait, komt daar warm water uit. Door de hitte kan zij nauwelijks slapen. Begin 2010 belt zij met de gemeente, maar dat leidt tot niets. Daarom wendt zij zich begin mei 2011 tot de ombudsman. De ombudsman informeert bij Stadsbeheer en daarop stelt de gemeente een onderzoek in. Na drie maanden gaat de gemeente over tot handhaving en vervolgens duurt het nog vier maanden, tot december 2011, voordat de temperatuur in de woning is genormaliseerd.
De ombudsman stelt vast dat de gemeente laks heeft gereageerd op de melding van ernstige warmteoverlast. Niet alleen het onderzoek naar de oorzaak van de overlast, maar ook de bestrijding ervan duurden, alle omstandigheden in aanmerking genomen, veel te lang. De ombudsman acht dat onaanvaardbaar; er was immers sprake van een mogelijk brandgevaarlijke situatie. Ook bestond er het gevaar van legionellabesmetting. Dat de gemeente zich daarvan onvoldoende rekenschap gaf wegens “onbekendheid” is ernstig en ook moeilijk voorstelbaar.